Rapportage en afdrukken

Wanneer het tijd is om uw project te delen met collega’s of met de buitenwereld, biedt OmniPlan naast het exporteren naar verschillende indelingen ook een robuuste en aanpasbare set afdrukfuncties. En met OmniPlan Pro krijgt u daarbij ook nog een interface voor het maken van mooie aangepaste rapporten.

Afdrukken in OmniPlan

OmniPlan biedt een uiterste flexibele set opties voor het afdrukken van uw document, direct vanuit het standaard afdrukvenster van macOS.

Kies Archief > Druk af (Command-P) en kies Toon details in het pop-upmenu in het afdrukvenster om de afdrukopties van OmniPlan te zien.

Afdrukopties van OmniPlan voor de weergave van inhoud.
  1. U kunt de weergave die in het hoofdvenster is geopend (Gantt-weergave, bronweergave of netwerkweergave) afdrukken. In de taak- en bronweergave kunt u kiezen of u de opbouw, het Gantt- of brondiagram of beide, wilt afdrukken. Omdat de netwerkweergave geen opbouw heeft, wordt u in plaats daarvan direct naar het gedeelte kopteksten en voetteksten gebracht.

  2. De afmetingen worden berekend op basis van de grootte van het project en de schaal die hier is ingesteld in het percentageveld. Wanneer u de breedte of hoogte wijzigt, wordt de andere maat hieraan aangepast. Deze instelling heeft voorrang op de instelling Schaal in het dialoogvenster Pagina-instelling. Wanneer u afdrukt in de netwerkweergave, is een instelling voor het percentage van de schaal beschikbaar in het gedeelte voor de kopteksten en voetteksten.

  3. U kunt kiezen of u notities wilt opnemen bij het afdrukken vanaf de opbouw, ofwel zoals weergegeven ofwel volledig opengevouwen. Taak- en brongroepen kunnen worden afgedrukt zoals weergegeven in het project of allemaal opengevouwen of samengevouwen.

  4. U kunt de instellingen voor bijsnijden gebruiken om de delen van het project te verwijderen die u niet nodig heeft. Hier ziet u een overzicht van het project. Om het afdrukbereik te definiëren, maakt u het vak voor het bijsnijden groter of kleiner door de linker- of rechterkant ervan te slepen, of verplaatst u de box door het middelpunt ervan te slepen. Als u datums invoert in de velden Van en Tot, wordt het vak voor het bijsnijden dienovereenkomstig aangepast.

  5. Het voorbeeld laat zien hoe uw project er op papier uitziet. Gebruik de knoppen om door de pagina’s te bladeren en een idee te krijgen van de schaal en de opmaak.

  6. Als u de afdrukopties naar wens hebt ingesteld, kunt u het menu Voorinst. gebruiken om de huidige instellingen op te slaan als voorinstellingen. U kunt kiezen of de voorinstellingen van toepassing zijn op de momenteel geselecteerde printer of op alle printers. U kunt ook uw nieuwe voorinstellingen, en andere voorinstellingen, weergeven en bewerken via Toon voorinstellingen in het menu Voorinst.

  7. Net als bij andere toepassingen die het afdruksysteem van macOS gebruiken, kunt u 'afdrukken' naar een PDF-bestand in plaats van op papier.

Wanneer u afdrukt vanuit de netwerkweergave, bepaalt de schaal van het diagram in de weergave de initiële schaal waarmee zal worden afgedrukt via het afdrukvenster. U kunt dit wijzigen met de optie Schaal in het afdrukvenster of door de schaal in de netwerkweergave te wijzigen (Gebruik (-) en (+) of de zoomknoppen in de rechterbenedenhoek van de netwerkweergave om uit en in te zoomen).

Naast de hierboven beschreven opties voor het afdrukvenster, ondersteunt OmniPlan het standaard dialoogvenster Pagina-instelling van macOS. Kies Pagina-instelling in het menu Archief om de optie te openen. Hier kunt u het papierformaat, de afdrukstand en de documentschaal instellen. Deze informatie wordt samen met het document bewaard.

Kopteksten en voetteksten aanpassen

Kopteksten en voetteksten kunnen uitgebreid worden aangepast voor het afdrukken. Kies hiervoor in de detailweergave van het afdrukvenster de optie Kopteksten en voetteksten in het vervolgkeuzemenu.

Aanpassingsopties koptekst en voettekst.
  1. Deze instelling Schaal verschijnt bij het afdrukken vanuit de netwerkweergave en bepaalt de schaal (als percentage) waarop het document wordt afgedrukt ten opzichte van de originele grootte.

    Schalen voor het afdrukken vanuit de taak- en bronweergaven worden gedefinieerd in het gedeelte Afmetingen van Inhouddetails van het afdrukvenster.

  2. Gebruik dit menu om te kiezen waar aangepaste kopteksten en voetteksten zullen verschijnen in uw afgedrukte document. Opties omvatten de Masterpagina (wordt toegepast op elke afgedrukte pagina, tenzij deze wordt overschreven door een ander paginastijl), de Eerste pagina, Oneven pagina’s en Even pagina’s.

  3. Terwijl u uw aangepaste kopteksten en voetteksten bijwerkt, worden de wijzigingen weergegeven in het afdrukvoorbeeld om u een idee te geven van hoe uw document er zal uitzien op papier.

  4. De koptekst- en voettekstdelen hebben elk drie velden die kunnen worden aangepast: links, rechts en centreren. Hier kunt u aangepaste tekst invoeren, of:

  5. Gebruik het menu Voeg in om informatie die automatisch informatie uit uw document toe te voegen aan een koptekst- of voettekstveld. Deze automatisch gegenereerde kenmerken omvatten:

    • Paginanummer: De huidige pagina zoals deze is gepland om te worden afgedrukt op basis van andere configuratiekeuzes.
    • Afdruktijd: De van de computerklok afkomstige tijd wanneer het document wordt afgedrukt.
    • Laatst gewijzigd: De datum en het tijdstip waarop het document voor het laatst werd gewijzigd.
    • Absoluut pad: De locatie van het document in het bestandssysteem van uw computer.
    • Aantal pagina’s: Het totale aantal pagina’s in het afgedrukte document.
    • Projecttitel: De naam van het projectbestand.

Als u het project afdrukt terwijl er een filter is toegepast, worden alleen de zichtbare taken opgenomen in het afgedrukte exemplaar.

Het rapportenvenster gebruiken (Pro)

Kies Archief > Rapport (Option-Command-R) om de rapportinterface te openen.

De tabbladen bovenaan het venster bieden een reeks opties voor de weergave van gegevens over de projectstatus. Deze variëren van een overzicht van het volledige project tot doelgerichte rapporten over taken en bronnen, en in OmniPlan Pro ook EVA-budgetschattingen en gesimuleerde projecties voor het voltooien van mijlpalen.

Bovendien kunt u het gekozen rapport direct vanuit dit venster afdrukken met een fantastisch uitziende, vooraf ingestelde HTML-sjabloon of een sjabloon met een aangepaste stijl.

Het venster Rapport in OmniPlan Pro.
  1. Gebruik het vervolgkeuzemenu om de sjabloon te kiezen die u wilt gebruiken voor het afdrukken of exporteren van uw project.

  2. Gebruik de knoppen in deze balk om te browsen door de beschikbare rapporttypes voor de huidige sjabloon. U zult de rapporttypes ook zien in de inhoud van het rapport. Dit is bedoeld om een interne navigatie naar het rapport te bieden wanneer het als HTML wordt geëxporteerd.

    Beschikbare rapporttypes omvatten:

    • Projectoverzicht: Een algemeen projectstatusrapport, met nadruk op de projectafwijkingen, het voltooiingspercentage en de kosten.
    • Taakrapport: Een rapport over de status van projecttaken, zoals weergegeven in de opbouw van de Gantt-weergave.
    • Bronrapport: Een rapport over de status van projectbronnen, zoals weergegeven in de opbouw van de bronweergave.
    • Verdiende waardeanalyse: Een rapport over de verdiende waarde van taken in uw project, zoals weergegeven in de opbouw van de Gantt-weergave.
    • Gantt-diagram: Een op een afbeelding gebaseerde momentopname van de huidige status van het Gantt-diagram van de Gantt-weergave.
    • Brontijdlijn: Een op een afbeelding gebaseerde momentopname van de huidige status van de tijdlijn van de bronweergave.
    • Monte Carlo-simulatie: Een rapport dat simulatieresultaten bevat en de beste, slechtste en verwachte uitkomst voor de kosten en de voltooiingstijd van de mijlpalen in uw project.
  3. Gebruik de knop Laad rapport opnieuw om een up-to-date-versie van het rapport te genereren op basis van alle nieuwe wijzigingen in uw project.

  4. Gebruik de knop Exporteer om een naar PDF of HTML geëxporteerd exemplaar van uw volledige projectrapport te genereren (inclusief alle beschikbare rapporttypes). Meer details over de inhoud van een volledig HTML-rapport vindt u hieronder.

  5. Gebruik de knop Druk af om het momenteel geselecteerde rapporttype af te drukken met de standaardopties van het afdrukvenster van macOS. De optie voor het opslaan van de afdrukuitvoer als PDF-bestand is hier ook beschikbaar.

  6. Dit is het HTML-voorbeeld van uw rapport dat laat zien hoe het er na de export uit zal zien.

Als u de optie Exporteer > HTML, volledig rapport kiest in het venster Rapport, kunt u in de Finder een locatie kiezen voor het opslaan van het rapport.

Bij het opslaan wordt een map gemaakt met een volledig rapport van het project in HTML-indeling. Afhankelijk van de sjabloon die wordt gebruikt voor de export, zijn de volgende onderdelen beschikbaar:

De gebeurtenissen voor de Apple Agenda en de checklists met herinneringen worden geëxporteerd met dezelfde bestandsindeling (.ics), maar macOS weet welke waar hoort. U ziet een venster met de juiste locatie voor het toevoegen van uw geplande items wanneer u dubbelklikt op het bestand.

Zodra u het volledige rapport hebt geëxporteerd, kunt u individuele pagina’s in Safari openen en afdrukken, agendagebeurtenissen en herinneringen naar uw team sturen en de CSS en HTML bewerken voor een tot op de pixel perfecte voorstelling van uw projectstatus.

Rapportsjablonen aanpassen (Pro)

Met wat kennis van HTML en CSS kunt u uw eigen rapportsjablonen maken voor het afdrukken en exporteren. Ga in enkele korte stappen aan de slag met uw aangepaste sjabloon:

  1. Ga eerst naar het rapportvenster in de OmniPlan-voorkeuren.

  2. Om een nieuwe sjabloon te maken, selecteert u een bestaande sjabloon en kiest u Wijzig een kopie in het tandwielmenu onder de lijst.

  3. Voer een naam in voor de sjabloon en sla deze op een handige locatie op.

  4. De nieuwe sjabloon wordt geopend in de Finder, dit is een map met HTML- en CSS-bestanden die u naar wens kunt aanpassen.

Wanneer de sjabloon is opgemaakt volgens uw wensen, kunt u deze beheren vanuit het venster Rapportvoorkeuren. Daarna kunt u deze in het venster Rapport kiezen als een sjabloon voor het afdrukken en exporteren.

Tokens voor aangepaste sjabloon

De HTML-rapportsjablonen maken gebruik van een speciale syntax voor het invoegen van gegevens uit uw project. Als u een van de HTML-bestanden opent in een teksteditor van uw keuze, ziet u standaard XHTML gecombineerd met OmniPlan-tokens die er zo uitzien:

{@Token Name@}

Deze tokens zijn tijdelijke aanduidingen voor gegevens over het project als geheel. Wanneer de sjabloon wordt gebruikt om een OmniPlan-bestand te exporteren, wordt elk token vervangen door de gegevens voor het betreffende token.

Hieronder vindt u een overzicht van de verschillende beschikbare tokens:

Projecttokens

Token voor stylesheet

Bij het exporteren van een volledig HTML-rapport: een koppeling naar de stylesheet als extern bestand. Hierdoor bevatten alle geëxporteerde HTML-bestanden een koppeling naar dezelfde stylesheet:

<link rel="stylesheet" href="include/style.css" type="text/css" />

Als er maar één HTML-pagina wordt geëxporteerd (een takenlijst of een bronnenlijst): een ingesloten kopie van de stylesheet. Hierdoor wordt alles in één HTML-bestand bewaard:

<style type="text/css"> [...] </style>

Lustokens

Deze tokens werken als HTML- of XML-codes voor openen/sluiten. Bij het exporteren doorloopt OmniPlan alles tussen de tokens voor openen en sluiten waarbij gegevens over elke taak of bron worden ingevoegd. De toewijzingslus moet worden uitgevoerd binnen de bronlus, omdat deze taken bevat die zijn toegewezen aan een bepaalde bron. Zorg ervoor dat u het sluittoken niet vergeet en dat de taakspecifieke of bronspecifieke tokens zich tussen de juiste lustokens bevinden.

Voor een eenvoudige sjabloon is het handig om het gedeelte {@Assignments@}{@/Assignments@} te verwijderen uit de bronlus. {@Resources@} geeft u elke bron en {@Assignments@} geeft u elke toewijzing voor de huidige bron. Als u de {@Assignments@} weglaat, blijft alleen de bronsamenvattingsinfo over. Dit is te zien op de indexpagina van de ingebouwde sjabloon Printervriendelijk.

Tokens voor taken

Deze tokens kunnen worden gebruikt in de taaklus of de toewijzingslus van een bron.

U kunt de aangepaste gegevenssleutels van uw project ook opnemen in sjablonen. Als u een token gebruikt dat exact overeenkomt met de naam van een van uw aangepaste gegevenssleutels, wordt het omgezet naar de waarde van die sleutel voor de betreffende taak. Als u bijvoorbeeld de sleutel 'Location' gebruikt voor uw taken, kunt u het token {@Location@} gebruiken in uw sjabloon.

Alle kolomnamen die hierboven niet worden genoemd, kunnen op deze manier ook worden omgezet in tokens.

Tokens voor bronnen

Deze tokens kunnen binnen de bronlus worden gebruikt.

Padtokens

Deze tokens geven het pad aan naar een bepaalde pagina in de HTML-export. U kunt deze gebruiken om koppelingen tussen pagina’s te maken, bijvoorbeeld:

<a href="file:{@TaskReportPath@}">

Tokens voor verdiende waardeanalysen

Deze tokens komen overeen met de kolommen in de opbouw van de Gantt-weergave die worden gebruikt voor de functie Verdiende waardeanalysen.

Tokens voor Monte Carlo-simulaties

Deze tokens komen overeen met de waarden die worden gebruikt bij het berekenen van de Monte Carlo-simulaties voor het schatten van de voltooiing van mijlpalen. Ze voeren de simulaties niet zelf uit, maar gebruiken in plaats daarvan de recentst berekende resultaten voor uw project.